Wat is een implantaat?

Een implantaat is een kunstwortel, die als een schroef in de kaak wordt geplaatst. Deze komt op de plaats waar vroeger uw tanden en kiezen hebben gestaan. Niet op de plek van iedere tand of kies wordt een implantaat geplaatst. Het volstaat om voor het dragen van een onderprothese slechts 2 of 4 implantaten te plaatsen. Een implantaat is gemaakt van titanium, een materiaal dat niet door het lichaam wordt afgestoten. Het implantaat heeft een doorsnede van 3 à 4 millimeter en is 8 tot 16 millimeter lang. Een implantaat wordt onder plaatselijke verdoving geplaatst en biedt na inheling houvast aan het uiteindelijke kunstgebit. Meestal worden de implantaten in de onderkaak toegepast, maar soms ook in de bovenkaak.

De verwijzing

De tandprotheticus en de tandarts-implantoloog werken op het gebied van de implantologie nauw samen. Tussen hen bestaat een verwijsrelatie en er zijn duidelijke afspraken gemaakt, zodat u als patiënt en de behandelaars precies weten waar ze aan toe zijn.
In veel gevallen komt het voor dat u voor het eerste consult bij uw tandprotheticus terecht komt. Na beoordeling van uw mond, het bespreken van de mogelijkheden en het te volgen behandelplan, wordt u verwezen naar de tandarts-implantoloog.
Nadat u geïmplanteerd bent zal de tandarts-implantoloog uw tandprotheticus schriftelijk informeren over de gevolgde implantatieprocedure en u terug verwijzen op het moment dat de implantaten geheel vastzitten in het bot. Uw tandprotheticus kan nu beginnen met het vervaardigen van uw nieuwe gebitsprothese. Uw tandprotheticus verzorgt het uitneembare deel en de tandarts-implantoloog het vastzittende deel.

Veelgesteldevragen bij implantologie

Een implantaat kunt u vergelijken met een kunstwortel, die als een schroef in de kaak wordt geplaatst. Het implantaat komt op de plaats waar vroeger uw tanden en kiezen hebben gestaan. Niet op iedere plek waar een tand of kies heeft gestaan wordt een implantaat geplaatst. Het volstaat om voor het dragen van een onderprothese slechts 2 of 4 implantaten te plaatsen. Een implantaat is veelal gemaakt van zuiver titanium, al dan niet voorzien van een keramische buitenlaag. Deze materialen worden niet door het lichaam afgestoten. Het implantaat heeft een doorsnede van 3 à 4 millimeter en is 8 tot 16 millimeter lang. Een implantaat wordt onder plaatselijke verdoving geplaatst en biedt na inheling houvast aan het uiteindelijke kunstgebit. Meestal worden de implantaten in de onderkaak toegepast, maar soms ook in de bovenkaak.

De tandprotheticus en de tandarts-implantoloog werken op het gebied van de implantologie nauw samen. Tussen hen bestaat een verwijsrelatie en er zijn duidelijke afspraken gemaakt, zodat u als patiënt en de behandelaars precies weten waar ze aan toe zijn.

In veel gevallen komt het voor dat u voor het eerste consult bij uw tandprotheticus terecht komt. Na beoordeling van uw mond of na het maken van een “normaal” kunstgebit komt het voor dat het houvast van het ondergebit zo slecht is dat er met u over implantaten gesproken wordt. Het ondergebit zit vaak te los, omdat uw kaak ver geslonken is en er geen hoogte meer aanwezig is om het kunstgebit houvast te geven. Wanneer u instemt om in de onderkaak implantaten te laten plaatsen zal uw tandprotheticus u schriftelijk verwijzen naar de tandarts-implantoloog waarmee hij samenwerkt. Uzelf, uw tandprotheticus of de tandarts-implantoloog maakt met u een afspraak voor een eerste consult.

Als u uiteindelijk geïmplanteerd bent zal de tandarts-implantoloog uw tandprotheticus schriftelijk informeren over de gevolgde implantatieprocedure en u terug verwijzen op het moment dat de implantaten geheel vastzitten in het bot. Uw tandprotheticus kan nu beginnen met het vervaardigen van uw nieuwe gebitsprothese. Uw tandprotheticus verzorgt het uitneembare deel en de tandarts-implantoloog het vastzittende deel.

Een implantaat kan in verschillende situaties worden toegepast:

  • Bij het ontbreken van één tand of kies.
  • Bij het ontbreken van meerdere tanden en/of kiezen.
  • Bij het ontbreken van alle tanden en kiezen.

We beperken ons hier tot het bespreken van het laatste punt – bij het ontbreken van alle tanden en kiezen – omdat dit betrekking heeft op het volledige kunstgebit op implantaten.

Een implantaat wordt vaak geplaatst als het maken van een “normale” prothese wel mogelijk is maar niet het gewenste resultaat qua houvast en comfort oplevert.

Zolang u een kunstgebit draagt blijft de onderkaak slinken. Dit slinken heeft als gevolg dat de onderkaak steeds minder hoog wordt en het kunstgebit steeds losser gaat zitten. Het kunstgebit schuift over het tandvlees en het daaronder gelegen kaakbot. Tijdens het eten veroorzaakt dit steeds een vervelende pijn. Als u zich meldt bij uw tandprotheticus voor controle van uw prothese kan hij beoordelen of vervanging, aanpassing of het plaatsen van implantaten noodzakelijk is. Als uw klachten van dien aard zijn en uw onderkaak zo laag is dat van de eerste twee opties geen sprake meer is, zal uw tandprotheticus u doorverwijzen naar een tandarts-implantoloog om implantaten te laten plaatsen voordat hij een nieuw kunstgebit gaat vervaardigen.

Bij bijna iedereen is het mogelijk om implantaten te plaatsen. Er zijn echter wel een aantal voorwaarden waaraan men moet voldoen om het plaatsen van implantaten ook een succes te laten zijn:

  • Er moet voldoende kaakbot zijn om het implantaat in te verankeren.
  • Het kaakbot moet gezond zijn.
  • Het tandvlees moet gezond zijn.
  • U moet redelijk gezond zijn.
  • U moet bereid zijn om de implantaten en het kunstgebit goed te reinigen.
  • Het succespercentage bij niet rokers is hoger dan bij rokers. Ook het overmatig gebruik van alcohol kan het succes van het implantaat nadelig beïnvloeden.

Er bestaan drie verankeringsystemen om het kunstgebit vast te zetten op implantaten:

  • Met drukknoppen.
  • Met magneten.
  • Met een steg, een staafje tussen de implantaten.

Het meest toegepast worden de steg en de drukknoppen.

Welk systeem er bij u gebruikt wordt is afhankelijk van verschillende factoren. Dit zal door uw tandprotheticus en de tandarts-implantoloog met u worden besproken.

Deze behandeling bestaat uit verschillende fasen:

  • Intake, kennismakingsgesprek.
  • Eerste fase implantologie.
  • Rustperiode.
  • Tweede fase implantologie.
  • Korte rustperiode en terugverwijzing.

Intake, kennismakingsgesprek
U wordt ontvangen bij de tandarts-implantoloog waar kennis met u gemaakt wordt. U heeft al eerder gelezen dat het voor het welslagen van de behandeling noodzakelijk is dat er enig inzicht is in uw gezondheidssituatie.  Op de door u ingevulde gezondheidsverklaring zijn gebruik van medicijnen, complicaties of medische problemen bij eerdere tandheelkundige behandelingen en eventuele allergieën genoteerd. Na het bespreken van deze vragenlijst wordt de mondholte geïnspecteerd en wordt er een röntgenfoto van uw kaken gemaakt. Aan de hand van het onderzoek en de foto wordt met u besproken wat het te volgen behandelplan is. Wanneer het een implantaatbehandeling betreft, die door de zorgverzekeraar vergoed wordt, dan kan, indien noodzakelijk, de tandarts-implantoloog samen met u de nodige (aanvraag) formulieren invullen. Vervolgens wordt de gehele behandelprocedure uitvoerig uitgelegd en worden uw eventuele vragen beantwoord. Aan het einde van het bezoek wordt de afspraak gemaakt voor het plaatsen van de implantaten. Het is raadzaam iemand mee te nemen naar deze behandeling, omdat u plaatselijk verdoofd wordt en u zich na de behandeling een beetje flauw kunt voelen en geen voertuig mag besturen.

Eerste fase implantologie

Tijdens de eerste fase worden 2 of 4 implantaten in uw onderkaak geplaatst. Deze behandeling neemt 45 minuten tot 1 uur in beslag. Er wordt begonnen met een plaatselijke verdoving, waarna het tandvlees opengesneden en opzij wordt geschoven. Het bot is nu zichtbaar en wordt indien nodig iets gecorrigeerd/afgevlakt. Vervolgens worden de gaatjes in uw onderkaak geboord waarna de implantaten worden geplaatst. Als alle implantaten in uw onderkaak zijn gezet, wordt het tandvlees met een hechting gesloten. Vervolgens wordt uw prothese aangepast zodat u deze weer kan dragen.

Rustperiode
Na het aanbrengen van de implantaten volgt een rustperiode, omdat het bot de gelegenheid moet krijgen rond het implantaat vast te groeien. Na één of twee weken worden de hechtingen verwijderd en controleert de tandarts-implantoloog de situatie in de mond. De tijd voor het vastgroeien is afhankelijk van de persoonlijke gezondheidssituatie en het gebruikte implantaat. Het aangepaste kunstgebit kan gedurende de rustperiode gewoon gedragen worden.

Tweede fase implantologie
Na een rustperiode volgt de tweede fase, waarin een tijdelijke opbouw op het implantaat wordt geplaatst. Deze opbouw zal door het tandvlees heen steken. Hiervoor zal onder plaatselijke verdoving een sneetje in het tandvlees worden gemaakt, waarna het tandvlees rond de opbouw kan genezen. Wederom raden wij u aan om iemand mee te nemen naar deze behandeling in verband met het mogelijke effect van de plaatselijke verdoving op uw rijvaardigheid.


Korte rustperiode

Na een korte rustperiode van ongeveer twee weken wordt het schroefje, dat door uw tandvlees heen steekt en waar omheen het tandvlees genezen is, verwijderd.
Vervolgens wordt de definitieve opbouw geplaatst waarop het uiteindelijke kunstgebit gemaakt kan worden.

Tweede fase implantologie
U wordt door de tandarts-implantoloog terugverwezen naar uw tandprotheticus voor het laten aanmeten van het kunstgebit. De behandeling wordt afgesloten met een poetsinstructie en een controle als het kunstgebit gereed is en u hiermee geen klachten meer heeft. Naast de tweede fase methode is het ook mogelijk om alle implantaten in één fase te plaatsen. De tandarts-implantoloog zal u hierover informeren.

U komt terug bij uw tandprotheticus waar 6 afspraken met u gemaakt worden voor het aanmeten van het kunstgebit op implantaten. Het maken van het kunstgebit op implantaten verschilt niet veel met het maken van het “normale” kunstgebit. Uw tandprotheticus moet er echter wel voor zorgen dat het gebit perfect op de implantaten past en de prothese geen negatieve krachten op de implantaten uitoefent waardoor deze verloren zouden kunnen gaan.

Implantaten gaan in principe erg lang mee. Een goede mond- en prothesehygiëne is van het allergrootste belang voor het behoud van de implantaten. De belangrijkste plaatsen om schoon te maken zijn de overgangen van de implantaten naar het tandvlees. Tijdens de poetsinstructie zal worden uitgelegd welke hulpmiddelen voor u het meest geschikt zijn. Daarnaast is het nodig de tandarts-implantoloog of mondhygiënist regelmatig te bezoeken om de implantaten te laten reinigen. Van even groot belang is het reinigen van het kunstgebit en de mondholte.